Alpaca's en hun achtergronden

Algemeen

Alpaca's behoren (net als de lama, vicuña, dromedaris en guanaco) tot de kameelachtigen en werden al zo'n 6.000 jaar geleden gehouden door de Inca's in het Andesgebergte en de gebergten van Zuid-America (Peru, Chili, Argentinië en Bolivia). Ze zorgden, samen met de lama's, voor kleding, voedsel en transport. Maar ook voor gezelschap en ze konden zich goed aanpassen aan barre klimaatsomstandigheden. Dat maakte de alpaca erg belangrijk voor de lokale bevolking in Zuid-Amerika. Rond 1850 werd de schoonheid en luxe van alpacawol ontdekt door de rest van de wereld. Vanaf eind jaren '80 hebben landen als de VS, Canada, Australië en Nieuw-Zeeland alpaca's geïmporteerd en begin jaren '90 ontstonden de eerste alpacafokkerijen in Europa. Alpaca's staan bekend om hun zachte karakter. Het zijn lieve, innemende dieren, die erg prettig in de omgang zijn. Ze zijn van nature erg leergierig en nieuwsgierig en daarom ook goed hanteerbaar. Ze communiceren vooral door middel van lichaamstaal, waarbij de positie van oren en staart en een zacht 'hummen' naar elkaar erg belangrijk zijn. Als ze ergens van schriken kunnen ze een schrille waarschuwingskreet laten horen.

Er zijn twee soorten alpaca's te onderscheiden: de huacaya en de suri. De huacaya is de meest voorkomende soort in Europa en te herkennen aan zijn kortere, dikkere wol. Het is aan te bevelen huacaya's elk jaar te scheren. De suri heeft een zeer lange, glanzende, zachte wol, die eruit ziet als een soort dreadlocks. Het is gebruikelijk om de vacht van een suri om het andere jaar te scheren, zodat de dreadlocks ook kans krijgen om te groeien.

Alpaca America fokt momenteel alleen met witte huacaya's van TOP kwaliteit.